DISCLAIMER
De content op deze site is bedoeld om kennis over fiscaliteiten die kleven aan de aanschaf, het bezit, en de verkoop van Edelmetaal te verspreiden. De content mag niet worden opgevat als een advies. Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
Ga naar de inhoud

Wet Op De Inkomstenbelasting 1914

_______________________________________
Laatste Update: 8 juni 2021.

De Gouden Eeuw is al lang voorbij. Napoleon heeft ons een achternaam gegeven, en we rollen de eerste industriële revolutie door. Nederland schaft langzaam de slavernij af, maar heeft daar zeker geen haast mee. Bovendien was er het concept van de verplichte arbeidsovereenkomst, wat naast de slavernij bestond en nog steeds bestaat. We belanden in het jaar 1914, het jaar van de Wet op de Inkomstenbelasting.

Kijken we naar andere landen dan gaat de ontwikkeling van het afschaffen van de slavernij en het invoeren van een Inkomstenbelasting voor alle ingezetenen opvallend gelijk op. Op Nederlands grondgebied werd in Indonesië de slavernij het laatst afgeschaft, in 1914.
Als belastingkundige word ik nog wel eens geconfronteerd met de stelling dat belasting legale diefstal is. Een stelling waar ik niet veel mee kan. In ruil, afhankelijk van de persoon die tegenover mij zit, houd ik een ander betoog als reactie. Dat ik een groter probleem heb met de multifunctionaliteit van de Inkomstenbelasting te begrijpen, dan de simpele werking van diefstal.

Kijken we naar voormalige piratennesten, vrijplaatsen als Bermuda voor boekaniers en in ongenade geraakte kapers, dan hebben die tot aan de dag van vandaag allen een goederenbelasting, zoals de Btw, en geen Inkomstenbelasting. Waarom? Omdat een Inkomstenbelasting verlangt dat iedere ingezetene verdachte is. De overheid moet immers van eenieder vaststellen of die een inkomen heeft. Terwijl bij een goederenbelasting eerst vastgesteld zal worden of er op een product een zegel ontbreekt. Ontbreekt een zegel dan zal gezocht worden naar diegene die het vergrijp pleegt. Een enkeling zal onderwerp van onderzoek kunnen zijn, en niet iedereen.

Voor de invoering van de Inkomstenbelasting voor iedereen betaalde iedere consument een goederenbelasting. Zo werd suiker belast (met een accijns) als luxe goed, zilver in hogere mate als zijnde een nog luxer goed. Omgerekend naar de Euro van vandaag werd in Nederland per 1 mei 1915 een belastingvrije voet geïntroduceerd van 19.500 Euro (650 Gulden) voor de Inkomstenbelasting. Dat klinkt schappelijk. Bij de schijf van 650 tot 700 Gulden hoorde het tarief van 5%, en de schijf daarboven werd belast met 1,5%, boven 1300 Gulden gold het tarief van 2%.

De Tweede Kamer had de Wet Inkomstenbelasting aangenomen in heel andere omstandigheden dan waarin de Eerste Kamer het Wetsvoorstel moest controleren. De slavernij was voor de schatkist een soort van uitgedroogde gasbel geworden. De schatkist had bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog inmiddels gouddorst, zoals Minster van Financiën Treub het noemde.

De invoering van de Inkomstenbelasting was om meer redenen dan hierboven beschreven omstreden. Inkomsten uit aandelen aan toonder zouden dubbel belast worden. Dat leverde meer ophef dan dat de concurrentie van de mens met de machines oneerlijk zou gaan verlopen. De vruchten van arbeid worden belast, de vruchten van machines tot aan de dag van vandaag niet (direct). Bovendien kon lang niet iedereen (even goed) rekenen en schrijven. Van boeren werd analfabetisme aangenomen.

Maar kunnen rekenen en schrijven was helemaal niet nodig. Het idee achter de Inkomstenbelasting was vanaf het begin heffen van belasting op basis van informatie afkomstig van derden. En ik verklap u, dat is nog steeds het geval.

Uit de Eerste Kamer, 19 december 1914:

Senator De Boer, Liberaal: "De belasting zal den landbouw niet bovenmate drukken en is een slechts matige compensatie voor al hetgeen van Regeeringswege voor de ontwikkeling van het bedrijf is gedaan. De invordering dezer belasting zal den landbouwer dwingen tot een juister inzicht in de rentabiliteit van het bedrijf dan velen hunner tot heden hadden."

Senator Franssen, Anti-Revolutionair: "Wij hebben hier niet te doen met een noodontwerp, dat als het maar even dragelijk is, aangenomen moet worden, maar met een ontwerp, dat in rustige, bloeiende tijden werd ingediend en ook aan de overzijde van het Binnenhof behandeld, waartegen bezwaren geopperd zijn en waaromtrent nu verklaard wordt: wanneer wij in rustige tijden waren, zou ik er tegen stemmen; thans stem ik er voor, wanneer ik eenige geruststellende verklaring krijg.

 Wanneer nu gezegd wordt: wij nemen de wet maar aan, omdat wij onder deze tijdsomstandigheden den Minister geen kiezelsteentje in den weg willen leggen — dat wil ik ook niet; zelfs geen stroohalm — dan zou de Minister eigenlijk moeten zeggen: heeren. ik waardeer uw gezindheid maar als het zoo staat moet gij liever nu niet stemmen; zóó wil ik deze wet niet aangenomen krijgen; het is geen noodwet."

"Och, Mijnheer de Voorzitter, het is altijd verdrietig wanneer men onrechtvaardig behandeld wordt, maar door een onrechtvaardige behandeling, hoe verdrietig ook, zal men toch niet zoo spoedig te gronde gaan. Maar wat is wel voor mij een bezwaar? Dat ik mee zal werken onrechtvaardig te handelen. Niet wie onrechtvaardig behandeld wordt is te beklagen in den strengsten zin, maar wie onrechtvaardig handelt. En daarom, juist in dezen tijd, waarin wij geroepen worden om toe te zien dat het recht op geen wijze geschonden worde, laten wij daarin rechtvaardig handelen, laat ons niet over beginselen heenstappen, laat ons de beginselen, ook de ethische, de godsdienstige, hoog houden. En nu zeg ik: nu mag ik voor mij er niet aan meedoen, en is dit voor mij de reden waarom ik, zonder den Minister of de Regeering ook maar in iets onaangenaam te willen zijn, moet zeggen: het spijt mij, maar in deze kan ik u niet volgen en kan ik mijn stem aan dit wetsontwerp niet geven."

Minister van Financiën Treub, Liberaal: "Mijnheer de Voorzitter'! Ik wil beginnen met de verschillende sprekers, die over deze beide wetsontwerpen het woord gevoerd hebben, een woord van dank toe te spreken voor de welwillende wijze, waarop zij deze aangelegenheid behandeld hebben, en wel speciaal aan die geachte sprekers breng ik dien dank, die begonnen zijn met te zeggen, dat zij in verband met de moeilijke omstandigheden, waarin het land verkeert, hun bezwaren niet zoo zwaar zouden doen wegen als anders wellicht het geval zou zijn geweest."

"Men heeft, zooals den geachten afgevaardigde natuurlijk bekend is, voor den aanslag juist van de kleinere inkomens, waar het hier om gaat, de inkomens waarvoor men niet verplicht is zelf een aangifte te doen, de schattingscommissies. Die schattingscommissies worden hernoemd door de gemeenteraden, indien het ten minste geldt een schattingscommissie voor een enkele gemeente. Zij zijn ingesteld speciaal met het oog op dergelijke gevallen dat de belastingambtenaren niet in staat zijn zelf het inkomen na te gaan, en in de Memorie van Toelichting wordt uitdrukkelijk gezegd, dat de commissies speciaal zijn voor die gevallen waarin niet zoo moeilijk zal zijn uit boeken of anderszins precies uit te maken hoe groot het inkomen is."

" Ik zou zelfs zeggen, dat als men uit een of andere gemeente drie van de beste boeren neemt en men vraagt hun stuk voor stuk, hoeveel het inkomen is van de verschillende ingezetenen uit den boerenstand, zij het voor allen zullen opgeven, misschien een beetje aan den lagen kant, indien zij weten, dat het voor de belasting is."

Bijna 100 jaar later is het uitreiken van een aangiftebiljet nog meer dan toen een uitnodiging van de Belastingdienst om de fout in te gaan, om valselijk aangifte te doen, of om de goedertrouw te tonen. In elk geval, zeker met de handel in edelmetaal, de meeste handelaren worden nog steeds behandeld als de boerenstand aan het begin van de vorige eeuw. De Belastingdienst ontvangt periodiek lijsten van alle transacties met edelmetaal, die is niet afhankelijk van de informatie die u verstrekt, die leunt in hoofdzaak op informatie van derden. Overeenkomstig het ontwerp van de Wet op de Inkomstenbelasting 1914.
Raoul R.P. Renique
Afspraak maken? Uitsluitend via:
Terug naar de inhoud