DISCLAIMER
De content op deze site is bedoeld om kennis over fiscaliteiten die kleven aan de aanschaf, het bezit, en de verkoop van Edelmetaal te verspreiden. De content mag niet worden opgevat als een advies. Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
Ga naar de inhoud

De Europese BTW Richtlijn

____________________________________________
Laatste Update: 30 maart 2020.
Artikel 1
1. Bij deze richtlijn wordt het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (BTW) vastgesteld.
2. Het gemeenschappelijke BTW-stelsel berust op het beginsel dat op goederen en diensten een algemene verbruiksbelasting wordt geheven die strikt evenredig is aan de prijs van de goederen en diensten, zulks ongeacht het aantal handelingen dat tijdens het productie- en distributieproces vóór de fase van heffing plaatsvond.
Bij elke handeling is de BTW, berekend over de prijs van het goed of van de dienst volgens het tarief dat voor dat goed of voor die dienst geldt, verschuldigd onder aftrek van het bedrag van de BTW waarmede de onderscheiden elementen van de prijs rechtstreeks zijn belast.
Het gemeenschappelijke BTW-stelsel wordt toegepast tot en met de kleinhandelsfase.

Artikel 2
1. De volgende handelingen zijn aan de BTW onderworpen:
a) de leveringen van goederen, die binnen het grondgebied van een lidstaat door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht;
b) ....de intracommunautaire verwervingen...;
i) door een als zodanig handelende belastingplichtige of door een niet-belastingplichtige rechtspersoon, wanneer de verkoper een als zodanig handelende belastingplichtige is die noch onder de in de artikelen 282 tot en met 292 bedoelde vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, noch onder artikel 33 of artikel 36 valt;
ii) ...nieuwe vervoermiddelen...;
iii) ...accijnsproducten...;
c) ...diensten...;
d) de invoer van goederen.
2. ...
BELASTINGPLICHTIGEN
Artikel 9
1. Als „belastingplichtige” wordt beschouwd eenieder die, op ongeacht welke plaats, zelfstandig een economische activiteit verricht, ongeacht het oogmerk of het resultaat van die activiteit.
Als „economische activiteit” worden beschouwd, alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter, met inbegrip van de winning van delfstoffen, de landbouw en de uitoefening van vrije of daarmede gelijkgestelde beroepen. Als economische activiteit wordt in het bijzonder beschouwd de exploitatie van een lichamelijke of onlichamelijke zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen.
2. ...

LEVERING VAN GOEDEREN
Artikel 14
Als „levering van goederen” wordt beschouwd, de overdracht of overgang van de macht om als een eigenaar over een lichamelijke zaak te beschikken.

BELASTBAAR FEIT EN VERSCHULDIGDHEID VAN DE BELASTING
Artikel 62
Voor de toepassing van deze richtlijn:
1) wordt onder „belastbaar feit” verstaan het feit waardoor de wettelijke voorwaarden, vereist voor het verschuldigd worden van de belasting, worden vervuld;
2) wordt de belasting geacht „verschuldigd te zijn” wanneer de schatkist krachtens de wet de belasting met ingang van een bepaald tijdstip van de belastingplichtige kan vorderen, ook al kan de betaling daarvan worden uitgesteld.

GOEDERENLEVERINGEN EN DIENSTEN
Artikel 63
Het belastbare feit vindt plaats en de belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de goederenleveringen of de diensten worden verricht.

MAATSTAF VAN HEFFING
Artikel 72
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt als „normale waarde” beschouwd het volledige bedrag dat een afnemer, om de desbetreffende goederen of diensten op dat tijdstip te verkrijgen, in dezelfde handelsfase als waarin de goederenlevering of de dienst wordt verricht, op het tijdstip van die verrichting en bij vrije mededinging zou moeten betalen aan een zelfstandige leverancier of dienstverrichter op het grondgebied van de lidstaat waar de verrichting belastbaar is.
Indien geen vergelijkbare verrichting voorhanden is, wordt onder „normale waarde” het volgende verstaan:
1) met betrekking tot goederen, een waarde die niet lager is dan de aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, dan de kostprijs, berekend op het tijdstip waarop de levering wordt verricht;
2) ...

Artikel 82
De lidstaten kunnen bepalen dat in de maatstaf van heffing voor goederenleveringen en diensten de waarde moet worden opgenomen van vrijgesteld beleggingsgoud in de zin van artikel 346, dat door de afnemer ter beschikking is gesteld om voor verwerking te worden gebruikt en dat als gevolg van die verwerking zijn status van vrijgesteld beleggingsgoud verliest wanneer die goederenlevering of die dienst wordt verricht. De te hanteren waarde is de normale waarde van het beleggingsgoud op het tijdstip waarop die goederenlevering of die dienst wordt verricht.

STRUCTUUR EN HOOGTE VAN DE TARIEVEN
Artikel 96
De lidstaten passen een normaal BTW-tarief toe, dat door elke lidstaat wordt vastgesteld op een percentage van de maatstaf van heffing, dat voor goederenleveringen en voor diensten gelijk is.

Artikel 97
Het normale tarief niet lager zijn dan 15 %.

Artikel 152

De lidstaten verlenen vrijstelling voor de levering van goud aan de centrale banken.

AFTREK
Artikel 167
Het recht op aftrek ontstaat op het tijdstip waarop de aftrekbare belasting verschuldigd wordt.

Artikel 168
Voor zover de goederen en diensten worden gebruikt voor de belaste handelingen van een belastingplichtige, is deze gerechtigd in de lidstaat waar hij deze handelingen verricht, van het door hem verschuldigde belastingbedrag de volgende bedragen af te trekken:
a) de BTW die in die lidstaat verschuldigd of voldaan is voor de goederenleveringen of de diensten die een andere belastingplichtige voor hem heeft verricht;
b) ...

EVENREDIGE AFTREK
Artikel 173
1. Voor goederen en diensten die door een belastingplichtige zowel worden gebruikt voor de in de artikelen 168, 169 en 170 bedoelde handelingen, waarvoor recht op aftrek bestaat, als voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat, wordt aftrek slechts toegestaan voor het gedeelte van de BTW dat evenredig is aan het bedrag van de eerstbedoelde handelingen (evenredige aftrek).
Het aftrekbare gedeelte wordt overeenkomstig de artikelen 174 en 175 bepaald voor het totaal van de door de belastingplichtige verrichte handelingen.
2...

Artikel 198
1. Wanneer uit hoofde van artikel 344 belasting wordt geheven over specifieke handelingen met betrekking tot beleggingsgoud tussen een lid van een gereglementeerde goudmarkt en een andere belastingplichtige die geen lid is van die markt, wijzen de lidstaten de afnemer aan als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon.  
Indien de afnemer die geen lid is van een gereglementeerde goudmarkt een belastingplichtige is en zich uitsluitend voor de in artikel 344 bedoelde handelingen voor BTW-doeleinden dient te identificeren in de lidstaat waar de belasting verschuldigd is, vervult de verkoper de fiscale verplichtingen namens de afnemer, overeenkomstig de voorschriften van die lidstaat.
2. In het geval dat een belastingplichtige die een keuzerecht overeenkomstig de artikelen 348, 349 of 350 uitoefent, een levering van goud of van halffabrikaten met een zuiverheid van ten minste 325/1 000, of een levering van beleggingsgoud als omschreven in artikel 344, lid 1, verricht, kunnen de lidstaten de afnemer aanwijzen als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon.
3. De lidstaten stellen de procedures en voorwaarden voor de toepassing van lid 1 en lid 2 vast.

Artikel 208
De lidstaten die overeenkomstig artikel 198, lid 1, de afnemer van beleggingsgoud als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon aanwijzen of gebruik maken van de in artikel 198, lid 2, geboden mogelijkheid om de afnemer van goud, halffabrikaten of beleggingsgoud als omschreven in artikel 344, lid 1, als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon aan te wijzen, treffen de nodige maatregelen opdat die afnemer de in deze afdeling vastgestelde betalingsverplichtingen nakomt.

UITREIKING VAN FACTUREN
Artikel 220
Iedere belastingplichtige zorgt ervoor dat door hemzelf, door de afnemer of, in zijn naam en voor zijn rekening, door een derde, in de volgende gevallen een factuur wordt uitgereikt:
1) de goederenleveringen of de diensten die hij heeft verricht voor een andere belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon;
2) de in artikel 33 bedoelde levering van goederen;
3) de levering van goederen, verricht onder de in artikel 138 gestelde voorwaarden;
4) de vooruitbetalingen die aan hem worden gedaan voordat een van de in de punten 1), 2) en 3) bedoelde leveringen van goederen is verricht;
5) de vooruitbetalingen die door een andere belastingplichtige of door een niet-belastingplichtige rechtspersoon aan hem worden gedaan voordat de dienst is verricht.

BOEKHOUDING
Artikel 242
Iedere belastingplichtige moet een boekhouding voeren die voldoende gegevens bevat om de toepassing van de BTW en de controle daarop door de belastingadministratie mogelijk te maken.

AANGIFTEN
Artikel 250
1. Iedere belastingplichtige moet een BTW-aangifte indienen waarop alle gegevens staan die nodig zijn om het bedrag van de verschuldigde belasting en van de aftrek vast te stellen, daarbij inbegrepen, voorzover zulks voor de vaststelling van de grondslag nodig is, het totale bedrag van de handelingen waarop deze belasting en deze aftrek betrekking hebben, alsmede het bedrag van de vrijgestelde handelingen.
2. De lidstaten staan onder door hen te stellen voorwaarden toe dat de in lid 1 bedoelde BTW-aangifte langs elektronische weg wordt ingediend en mogen dit ook verplicht stellen.

Artikel 255
De lidstaten die overeenkomstig artikel 198, lid 1, de afnemer van beleggingsgoud als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon aanwijzen of gebruik maken van de in artikel 198, lid 2, geboden mogelijkheid om de afnemer van goud, halffabrikaten of beleggingsgoud als omschreven in artikel 344, lid 1, als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon aan te wijzen, treffen de nodige maatregelen opdat die afnemer de in deze afdeling vastgestelde verplichtingen inzake aangifte nakomt.

BIJZONDERE REGELING VOOR KLEINE ONDERNEMINGEN
Artikel 281
Lidstaten die moeilijkheden zouden kunnen ondervinden bij het toepassen van de normale BTW-regeling op kleine ondernemingen, wegens de activiteit of de structuur van die ondernemingen, kunnen binnen de grenzen en onder de voorwaarden die zij stellen, na raadpleging van het BTW-Comité vereenvoudigde regels inzake belastingheffing en belastinginning, zoals forfaitaire regelingen, toepassen, mits dit niet leidt tot een vermindering van de belasting.

BIJZONDERE REGELING VOOR BELEGGINGSGOUD
Artikel 344
1. Onverminderd andere bepalingen van het Gemeenschapsrecht wordt voor de toepassing van deze richtlijn als „beleggingsgoud” beschouwd:
1) goud, in de vorm van staven of plaatjes van een door de goudmarkten aanvaard gewicht, met een zuiverheid van ten minste 995/1 000, al dan niet belichaamd in effecten;
2) gouden munten die een zuiverheid van ten minste 900/1 000 hebben, na 1800 zijn geslagen, in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben gefungeerd en normaal worden verkocht voor een prijs die de openmarktwaarde van het in de munten vervatte goud niet met meer dan 80 % overschrijdt.
2. De lidstaten kunnen kleine staven of plaatjes met een gewicht van ten hoogste 1 gram uitsluiten van deze bijzondere regeling.
3. Voor de toepassing van deze richtlijn worden de in lid 1, punt 2), bedoelde munten niet geacht wegens hun numismatisch belang te worden verkocht.

Artikel 345
Vanaf 1999 deelt elke lidstaat de Commissie, vóór 1 juli van elk jaar, mee welke munten die aan de in artikel 344, lid 1, punt 2), genoemde criteria voldoen, in die lidstaat worden verhandeld. Vóór 1 december van elk jaar publiceert de Commissie in de reeks C van het Publicatieblad van de Europese Unie de volledige lijst van deze munten. De in de gepubliceerde lijst opgenomen munten worden geacht aan deze criteria te voldoen gedurende het gehele jaar waarvoor de lijst wordt gepubliceerd.

VRIJSTELLING VAN DE BELASTING
Artikel 346
De lidstaten verlenen vrijstelling van de BTW voor de levering, de intracommunautaire verwerving en de invoer van beleggingsgoud, waaronder beleggingsgoud dat belichaamd is in certificaten voor toegewezen of niet toegewezen goud of dat verhandeld wordt op goudrekeningen, en waaronder, in het bijzonder, goudleningen en swaps, die een eigendoms- of vorderingsrecht op beleggingsgoud belichamen, evenals voor handelingen betreffende beleggingsgoud bestaande in future- en termijncontracten die leiden tot de overdracht van een eigendoms- of vorderingsrecht met betrekking tot beleggingsgoud.

Artikel 347
De lidstaten verlenen vrijstelling voor de diensten van agenten die optreden in naam en voor rekening van een ander wanneer zij betrokken zijn bij de levering van beleggingsgoud voor hun principaal.

RECHT OM VOOR BELASTINGHEFFING TE KIEZEN
Artikel 348
De lidstaten verlenen belastingplichtigen die beleggingsgoud produceren of goud omzetten in beleggingsgoud, het recht te kiezen voor belastingheffing over de leveringen van beleggingsgoud aan een andere belastingplichtige welke anders uit hoofde van artikel 346 zouden zijn vrijgesteld.

Artikel 349
1. De lidstaten kunnen belastingplichtigen die in het kader van hun bedrijf normaal goud leveren voor industriële doeleinden, het recht verlenen te kiezen voor belastingheffing over leveringen van goud in de vorm van de in artikel 344, lid 1, punt 1), bedoelde staven of plaatjes aan een andere belastingplichtige welke anders uit hoofde van artikel 346 zouden zijn vrijgesteld.
2. De lidstaten kunnen het toepassingsgebied van het in lid 1 bedoelde keuzerecht beperken.

Artikel 350
Indien de leverancier het recht overeenkomstig de artikelen 348 en 349 voor belastingheffing te kiezen, heeft uitgeoefend, verlenen de lidstaten de agent het recht, voor belastingheffing over de in artikel 347 bedoelde diensten te kiezen.

Artikel 351
De lidstaten stellen de nadere bepalingen voor de uitoefening van de in deze afdeling geregelde keuzerechten vast en stellen de Commissie ervan in kennis.

HANDELINGEN OP EEN GEREGLEMENTEERDE GOUDMARKT  
Artikel 352
Iedere lidstaat kan, na raadpleging van het BTW-Comité, specifieke handelingen met betrekking tot beleggingsgoud welke in die lidstaat plaatsvinden tussen belastingplichtigen die lid zijn van een door de betrokken lidstaat gereglementeerde goudmarkt, of tussen een lid van een door de betrokken lidstaat gereglementeerde goudmarkt en een andere belastingplichtige die geen lid is van die markt, aan de BTW onderwerpen. De lidstaat mag leveringen die worden verricht onder de in artikel 138 gestelde voorwaarden en de uitvoer van beleggingsgoud echter niet aan de BTW onderwerpen.

  Artikel 353
De lidstaten die uit hoofde van artikel 352 belasting heffen over de handelingen tussen belastingplichtigen die lid zijn van een gereglementeerde goudmarkt, staan eenvoudigheidshalve toe dat de te innen belasting wordt opgeschort en verlenen de belastingplichtigen ontheffing van de boekhoudingsvereisten inzake de BTW.

BIJZONDERE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN HANDELAREN IN BELEGGINGSGOUD
Artikel 354
Wanneer zijn daaropvolgende levering van beleggingsgoud krachtens dit hoofdstuk vrijgesteld is, heeft de belastingplichtige recht op aftrek van de volgende bedragen:
a) de BTW die verschuldigd of voldaan is met betrekking tot beleggingsgoud dat hem is geleverd door een persoon die het in de artikelen 348 en 349 bedoelde keuzerecht heeft uitgeoefend of dat hem overeenkomstig afdeling 4 is geleverd;
b) de BTW die verschuldigd of voldaan is met betrekking tot de levering aan hem dan wel de intracommunautaire verwerving of de invoer door hem van ander goud dan beleggingsgoud dat vervolgens door hem of in zijn naam wordt omgezet in beleggingsgoud;
c) de BTW die verschuldigd of voldaan is met betrekking tot voor hem verrichte diensten bestaande in een wijziging van de vorm, het gewicht of de zuiverheid van goud met inbegrip van beleggingsgoud.

Artikel 355
Belastingplichtigen die beleggingsgoud produceren of goud in beleggingsgoud omzetten, hebben recht op aftrek van de belasting die door hen verschuldigd of voldaan is met betrekking tot de levering, de intracommunautaire verwerving of de invoer van goederen of met betrekking tot diensten die met de productie of de omzetting van dat goud verband houden, alsof de daaropvolgende levering van het krachtens artikel 346 vrijgestelde goud belast was.

Artikel 356
1. De lidstaten zorgen ervoor dat handelaren in beleggingsgoud ten minste een boekhouding voeren van alle belangrijke handelingen betreffende beleggingsgoud en de documenten bewaren aan de hand waarvan de identiteit van de afnemer bij dergelijke handelingen kan worden vastgesteld.
De handelaren bewaren de in de eerste alinea bedoelde informatie gedurende ten minste vijf jaar.
2. De lidstaten kunnen evenwaardige verplichtingen uit hoofde van maatregelen vastgesteld krachtens andere communautaire wetgeving, zoals Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, aanvaarden om aan de vereisten van lid 1 te voldoen.
3. De lidstaten kunnen strengere verplichtingen vaststellen, inzonderheid inzake speciale registratie- of boekhoudingsvereisten.

Afspraak maken? Uitsluitend via:
Terug naar de inhoud