DISCLAIMER
De content op deze site is bedoeld om kennis over fiscaliteiten die kleven aan de aanschaf, het bezit, en de verkoop van Edelmetaal te verspreiden. De content mag niet worden opgevat als een advies. Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
Ga naar de inhoud

Flankerende Btw Maatregelen Goud

____________________________________________
Laatste Update: 1 juni 2021.

Uit de toelichting gegeven door de Europese Raad over 'de suppletie van de EU Richtlijn BTW voor beleggingsgoud':

'In certain circumstances, Member States may designate the purchaser rather than the seller as person liable to pay the tax (reverse Tax procedure) in order to prevent tax fraud and reduce the costs of the transaction.'

De hier door de Europese Raad bedoelde 'simplificerende', of flankerende maatregelen, die vanwege de Btw-wetgeving, voor de Lidstaten zijn toegestaan hebben (altijd) betrekking op:
1) effectiviteit van inning en/of
2) bestrijding van fraude en andere criminaliteit.

De keuze van Nederland om de Btw-vrijstelling voor beleggingsgoud te laten (kunnen) toepassen, terwijl niet ieder zich bij de goudtransactie (met een Btw-nummer) identificeert, is gekoppeld aan een bepaald regime. Dat regime bevat een 'reverse Charge/Tax procedure'. Ofwel niet alleen de verkopende handelaar kan aansprakelijk gesteld worden voor de Btw, maar ook diens afnemer.

De plicht van Nederland richting ingezetenen bestaat er uit reële gelegenheid te geven tot het doen van Btw-aangifte, artikel 255 Btw-richtlijn. Dat kan niet anders dan dat de Belastingdienst op verzoek een Btw-nummer toekent.
De Btw-vrijstelling van de 'regeling voor beleggingsgoud' moet worden toegepast, tenzij er gekozen wordt via het optierecht de transactie te belasten, en vervolgens de Btw te verleggen. Dat laatste suggereert dat er nog een keuze is. Om als koper 'consument' te kiezen voor Btw-belaste levering. Maar logischerwijs is dat geen optie. De positie van niet-consument of niet-gebruiker verandert niet door te claimen dat men wel consument of gebruiker is. Iemand kan stellen dat die een junk is, maar het valt te controleren dat die niet gebruikt of verbruikt heeft. En niemand is consument van een handelbaar goud of ander edelmetaal, op voorwaarde dat de handelbaar in ongewijzigde staat in voorraad gehouden wordt. En wordt de handelbaar goud niet door de houder gebruikt of verbruikt, dan kan de houder niet claimen de handelbaar te consumeren. De houder moet dus wel de figuur van Btw-ondernemer aannemen. De bevestiging van deze stelling werd niet nog eens in een artikel Wet OB neergelegd. Op dit uitgangspunt berust het Btw-stelsel.

Op de site van de Belastingdienst valt te lezen dat er gekozen kan worden voor Btw-belaste levering. Dat lijkt in tegenstrijd met de vorige alinea. Maar volgt de lezer de link naar het optierecht dan leest die dat de keuze niet is toegestaan tenzij. Verreweg de meeste kopers komen niet in aanmerking voor het optierecht te kiezen.

Op zoek naar de 'flankerende maatregelen' van de 'reverse Tax procedure' die de koper en verkoper van goud in Nederland kunnen treffen nemen we nu voor ogen de figuur die zich zelf 'belegger' noemt. De 'belegger' die een bedrag in veilige haven dacht te brengen met de aanschaf van (beleggings-)goud. Met het idee het (beleggings-)goud op een later moment naar behoefte te verkopen koos deze figuur voor een voorraad van 10 baartjes (beleggings-)goud. De waarde maakt voor het voorbeeld en uitleg niet uit.

Artikel 28j Wet OB levert de definitie van welk goud kwalificeert als beleggingsgoud. Weinig verrassingen, alleen voor diegene die dacht dat gouden munten tot een andere categorie behoren dan goudbaren. Gouden munten behoren dus uitdrukkelijk niet tot de zogenaamde marge-goederen.

Artikel 28k Wet OB onder a raakt onder andere de voormalige houders van een goudrekening bij de ABN Amro. Voor die zich afgevraagd hebben waarom een goudrekening een naar de bewering van de bank zo ingewikkeld product is, staat hier de uitleg. Mutaties op een goudrekening staan gelijk aan transacties met tastbaar goud.

Artikel 28l Wet OB 1e lid heeft het over een keuzerecht. Dit keuzerecht lijkt neergelegd voor zeg een goudsmid. Maar wat is 'beleggingsgoud omzetten in goud'? Uit dit lid blijkt dat omzetten iets anders is als produceren. Goud heeft dezelfde tastbare vorm als beleggingsgoud, echter kwalificeert niet als beleggingsgoud. Het goud kwalificeert niet langer als beleggingsgoud als diegene die koopt niet beschikt over een Btw-nummer. Doet die situatie zich voor dan is er sprake van omzetting. In het geval de een zonder Btw-nummer levert aan de ander zonder Btw-nummer dan blijft goud goud. In het geval de ene Btw-ondernemer levert aan de andere Btw-ondernemer dan is er sprake van een levering beleggingsgoud als aan de overige voorwaarden wordt voldaan. Aan alle transacties soortgelijk aan wat in deze alinea vetgedrukt staat kleven de flankerende maatregelen van de regeling voor beleggingsgoud.

Artikel 28l en 28m Wet OB helpen het toezicht van overheidswege op de goudmarkt te organiseren. Omdat ieder weldenkende op zoek zal gaan naar het meest voordelig houden van een voorraad zal iedere Btw-ondernemer gebruik willen maken van het keuzerecht uit de 'regeling voor beleggingsgoud'. Werken we dat keuzerecht uit in een visueel plaatje dan levert iedere niet-goudbewerker liefst aan een goudbewerker zoals een goudsmid. Dan kan ook de niet goud-bewerker gebruik maken van het keuzerecht de Btw te verleggen en vervolgens Btw in aftrek nemen. Btw klevend aan bijvoorbeeld kantoorkosten. En rond de bewerkers en producenten als de goudsmid is het toezicht vanwege de overheid georganiseerd. Handel tussen voorraadhouders onderling in beleggingsgoud, of goud, onttrekt zich al snel uit het oog van dat toezicht.

Artikel 28n Wet OB moet gelezen worden als een verzwaring van de administratieve verplichtingen van Artikel 34 Wet OB, en niet als een verlichting. En wie de ondernemer is en wie de cliënt spreekt voor zich. Diegene die beleggingsgoud levert is de ondernemer, de transactiepartner de cliënt. En dus in het geval een ondernemer als de goudsmid afneemt is deze voor de gelegenheid de cliënt. De leverancier van de goudsmid is de ondernemer. Dus voor wie denkt dat de cliënt de niet Btw-ondernemer is, of de consument, dat werd niet neergelegd in de Wet OB.

De conclusie is dat de 'flankerende maatregelen' zelf niet in de Wet OB zelf werden opgenomen. Wat merkwaardig genoemd mag worden sinds de 'regeling voor beleggingsgoud' uiteindelijk gebaseerd is op een Verdrag. En binnen de Unie mag verwacht worden dat maatregelen in de Wet zelf worden opgenomen, en niet ergens anders. In Nederland houden we een slechte gewoonte in stand. En in het kader van de Btw doen we dat met het Uitvoeringsbesluit Omzetbelasting en de Uitvoeringsbeschikking Omzetbelasting.

De 'flankerende maatregelen', die van de 'reverse Tax procedure', de afnemer verantwoordelijk maken voor de Btw-heffing zijn in Nederland geregeld met Artikel 12, vijfde lid Wet OB, en kunnen worden geactiveerd dankzij Artikel 24ba, eerste lid, onder b Uitvoeringsbesluit Omzetbelasting. De afnemer is medeverantwoordelijk gemaakt zodat de Ontvanger van de Belastingdienst kan innen bij diegene die met de kortste arm te bereiken is.

Voor invorderingsaspecten wordt verwezen naar artikel 9 en verder van de Invorderingswet 1990. De versnelde en dwanginvordering werden neergelegd in artikel 10,15 en 19 Invorderingswet. Versneld met de betekenis van per direct betalen. Vanwege vrees dat goederen van de belastingschuldige zullen worden verduisterd. Zekerheidstelling werd verder georganiseerd met artikel 2 Uitvoeringsregeling Invorderingswet.

Om voor de inning van Btw waarborgen te scheppen kan de Btw worden geheven van degene aan wie goud (dat niet kwalificeert als beleggingsgoud, afnemer is wel Btw-ondernemer maar niet geregistreerd, of de factuur voldoet niet aan de eisen) niet overeenkomstig de 'regeling voor beleggingsgoud' geleverd werd. De figuur die zich 'slechts' belegger waant bij het opkopen (en verkopen) van goud die vraagt geen Btw-nummer aan ter registratie als zijnde een Btw-ondernemer. Die voert geen boekhouding in overeenstemming met de wettelijke vereisten. Maar de Wet OB is er net als elke Wet voor eenieder gelijk.

Stel een figuur beperkt zich tot transacties met zilver en krijgt te maken met een belastingcontrole. Als eerste wordt gevraagd om de boekhouding die er niet is. En het is ondoenlijk deze vanwege de (identificatie handelwaar) vereisten achteraf in korte termijn alsnog samen te stellen. De boekhouding zal om die reden worden verworpen. Na het verwerpen van de boekhouding zal de omkering van de bewijslast volgen. Er is geen administratie om te bewijzen en een Btw-naheffing zal volgen op basis van een 'redelijke' ambtelijke schatting van de omzet.

In het voorbeeld dat vanwege gebreken beleggingsgoud omgezet werd in goud is er sprake van toepassing van de verleggingsregeling. Niet alleen de omzet wordt in redelijkheid door de ambtenaar geschat, ook de inkoop. En weer binnen het regime van de omgekeerde bewijslast. Ook de schatting betreffende de inkoop moet afgetikt worden tegen het standaard Btw-tarief van 21%. Lees zeker ook over de Regeling Voor Beleggingsgoud.

En dan nog niet te spreken over de boete. Twee ambtelijke schattingen tegen het Btw-tarief van 21%, plus een boete van maximaal 100% artikel 67f AWR. Goede kans dat dit triest figuur spreekt over confiscatie van diens goud. Ik overdrijf? Lees meer over de edelmetaalmarkt, het Horizontale Werking Btw.

Voor diegene die wel beschikt over een boekhouding. Het venijn van artikel 29d Uitvoeringsbeschikking Wet OB betreft een voortdurende plicht en bewijslast aan de kant van de handelaar rond de geschiktheid van diens boekhouding. En dat die geschiktheid blijkt te betreffen de bij de handelaar voorgekomen toepassing, ook naar heersende opvattingen ten tijde van een controle achteraf met de inzichten en beoordelingsmaatstaven van achteraf. En alleen in het geval van een pleitbaar standpunt, bij afwezigheid van alle schuld legt de Belastingdienst geen boete op, avas paragraaf 4 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst.
Raoul R.P. Renique
Afspraak maken? Uitsluitend via:
Terug naar de inhoud